Reglement

 

 

Baan en baanuitrusting

 

1. De baan moet een rechthoek zijn die is uitgezet met 40 mm brede lijnen zoals

aangegeven in figuur 1.

2. De belijning van de baan moet gemakkelijk te onderscheiden zijn en bij
voorkeur een witte of gele kleur hebben.

3. Alle lijnen maken deel uit van het gebied dat zij begrenzen.

4. De palen moeten 1.55 m hoog zijn gemeten vanaf de vloer. Zij moeten
loodrecht blijven staan wanneer het net is gespannen zoals aangegeven in
spelregel 1.10. De palen of de paalsteunen mogen niet voorbij de

zijlijn voor dubbelspel binnen de baan staan.

5. De palen moeten op de zijlijnen van de baan voor dubbelspel staan zoals
aangegeven in figuur A ongeacht of er enkelspel of dubbelspel wordt gespeeld.

6. Het net moet gemaakt zijn van dun koord van een donkere kleur en gelijke
dikte met mazen van minimaal 15mm en maximaal 20 mm in het vierkant.

7. Het net moet 760 mm hoog zijn en tenminste 6.10 m breed.

8. De bovenkant van het net moet zijn gezoomd met een 75 mm brede witte
band, dubbelgeslagen over een door de band geregen koord of draad. De
band moet op het koord of de draad rusten.

9. Het koord of de draad moet stevig gespannen zijn, op gelijke hoogte met de
bovenkant van de palen.

10. De bovenkant van het net moet in het midden van de baan 1.524 m en bij de
zijlijnen voor dubbelspel 1.55 m boven de vloer hangen.

11. Er mag geen ruimte zitten tussen de zijkant van het net en de palen.
Zo nodig moet het net over de gehele zijkant aan de palen worden gebonden.

Figuur 1 Baanafmetingen voor enkel- en dubbelspel

 

Shuttle

 

Door BC Linne worden alleen Yonex Mavis 350 kunststof shuttles gebruikt.

 

Racket

 

Het racket moet een frame zijn met een totale lengte van maximaal 680 mm
en een totale breedte van maximaal 230 mm;

 

1. mag niet zijn voorzien van aanhangsels of uitsteeksels, met uitzondering van
die welke uitsluitend tot doel hebben slijtage en trilling te beperken of te
voorkomen, het gewicht gelijkmatig te verdelen, of het handvat van het racket
d.m.v. een koord aan de hand van de speler te bevestigen. De grootte en
positie van de aanhangsels of uitsteeksels moeten in overeenstemming zijn
met hun functie;

 

2. mag niet zijn voorzien van middelen waarmee een speler de vorm van het
racket wezenlijk kan veranderen.

 

De bespanning:

 

1. moet vlak zijn en moet bestaan uit een patroon van gekruiste snaren. De
snaren dienen om en om te zijn gevlochten, of te zijn gebonden op de
plaatsen waar zij elkaar kruisen. Het patroon van snaren moet zoveel mogelijk
gelijkmatig zijn, in het bijzonder moet de bespanning in het midden niet
minder dicht zijn dan op andere plaatsen;

 

2. mag niet langer zijn dan 280 mm en niet breder dan 220 mm. De snaren
mogen echter doorlopen in het deel dat anders zou worden gevormd door de
hals, maar deze overloop mag niet breder zijn dan 35 mm en het gehele
bespannen oppervlak mag in dit geval niet langer zijn dan 330 mm.

 

Toss

Voordat het spel begint moet er getost worden. De winnaar van de toss moet
kiezen uit de mogelijkheden;

1. eerst serveren of eerst ontvangen;

2. aan de ene dan wel aan de andere kant van het net beginnen.

De verliezer van de toss maakt vervolgens de overgebleven keuze.

 

Telling

 

1. Een partij wordt gespeeld om 2 gewonnen games, tenzij anders is bepaald.

2. De partij die de rally wint scoort een punt. Een partij wint een rally wanneer
de tegenstander een fout maakt of als de shuttle niet langer in spel is omdat
deze binnen de speelhelft van de tegenstander de vloer raakt.

3. De partij die het eerst 21 punten scoort wint de game, behalve bij de stand
20-20.

4. Vanaf de stand 20-20 wint de partij die het eerst 2 punten voorsprong behaalt
de game.

5. Bij de stand 29-29 wint de partij die het 30e punt scoort de game.

6. De partij die een game wint begint met serveren in de volgende game.

 

Wisselen van speelhelft

 

Spelers moeten van speelhelft wisselen:

1. na afloop van de eerste game;

2. na afloop van de tweede game indien er een derde game moet worden
gespeeld;

3. in de derde game zodra één van de partijen 11 punten heeft gescoord.

(Indien dit vergeten wordt, moet dit alsnog gebeuren zodra de vergissing is
opgemerkt. De dan bereikte stand blijft gehandhaafd)

 

Service

 

Bij een correcte service:

1. mag geen van de partijen het slaan van de service onnodig vertragen
zodra serveerder en ontvanger gereed zijn. Elke vorm van vertraging bij
het beginnen van de service nadat de achterwaartse beweging van het
racketblad van de serveerder is afgerond dient als een onnodige

vertraging te worden beschouwd;

2. moeten de serveerder en de ontvanger binnen schuin tegenover elkaar
liggende serveervakken staan, waarbij zij de grenslijnen van de
serveervakken niet mogen raken;

3. moet enig deel van beide voeten van de serveerder en de ontvanger in
stilstaande positie in contact met de vloer blijven vanaf het begin van de
service totdat de service is geslagen;

4. moet het racket van de serveerder eerst de dop van de shuttle raken;

5. moet de shuttle op het moment dat het racket van de serveerder deze
raakt zich geheel onder het middel van de serveerder bevinden. “Het
middel” is in dit verband een denkbeeldige lijn rond het lichaam van de

serveerder, lopend over het laagste punt van beide onderste ribben;

6. moet op het moment dat de shuttle wordt geraakt de steel van het racket
van de serveerder naar beneden wijzen;

7. moet de beweging van het racket van de serveerder ononderbroken
voorwaarts zijn vanaf het begin van de service totdat de service is
geslagen;

8. moet de shuttle het racket van de serveerder in een opwaartse vlucht
verlaten en vervolgens over het net gaan zodat hij, wanneer hij niet wordt
teruggeslagen, in het serveervak van de ontvanger valt (d.w.z. op

of binnen de grenslijnen);

9. mag de serveerder de shuttle niet misslaan.

 

1. Zodra de spelers klaar zijn om te serveren en te ontvangen, bepaalt het begin
van de voorwaartse beweging van het racketblad van de serveerder het begin
van de service.

2. Nadat de service is begonnen, is de service geslagen zodra de shuttle door het
racket van de serveerder wordt geraakt of de serveerder de shuttle misslaat
bij een poging om te serveren.

3. De serveerder mag niet serveren voordat de ontvanger klaar is. De ontvanger
wordt echter geacht klaar te zijn geweest indien hij probeert de service terug
te slaan.

4. In het dubbelspel mogen de partners van de serveerder en de ontvanger
tijdens het slaan van de service binnen hun speelhelft gaan staan waar zij
willen, zolang zij de serveerder of ontvanger aan de andere zijde het

uitzicht niet belemmeren.

 

Enkelspel

 

1. Serveervakken

De spelers serveren vanuit en ontvangen in het rechter serveervak, als de serveerder geen punten of een even aantal punten heeft gescoord in de game.

Bij een oneven aantal punten is dit het linker serveervak.

 

2. Volgorde van spelen en positie op de baan

Tijdens een rally wordt de shuttle beurtelings door de serveerder en de ontvanger geslagen vanaf elke willekeurige positie aan de eigen zijde van het net totdat de shuttle niet langer in spel is.

 

3. Scoren en serveren

Als de serveerder een rally wint, scoort de serveerder een punt. De serveerder serveert dan opnieuw vanuit het andere serveervak.

Als de ontvanger een rally wint, scoort de ontvanger een punt. De ontvanger wordt dan de nieuwe serveerder.

 

Dubbelspel

 

1. Serveervakken

Een speler van de serverende partij serveert vanuit het rechter serveervak, als zijn partij geen punten of een even aantal punten heeft gescoord in de game.

Bij een oneven aantal punten is dit het linker serveervak.

1. De speler van de ontvangende partij die het laatst heeft geserveerd
ontvangt in het vak van waaruit hij het laatst heeft geserveerd. Op de
partners is het omgekeerde van toepassing.

2. De speler van de ontvangende partij die in het diagonaal tegenover de
serveerder liggende serveervak staat is de ontvanger.

3. De spelers wisselen niet van serveervak totdat zij een punt scoren tijdens
hun eigen servicebeurt.

4. In elke servicebeurt is aantal punten van de serverende partij bepalend voor
het vak van waaruit de service moet worden geslagen.

 

2. Volgorde van spelen en positie op de baan

Nadat de service is teruggeslagen, wordt de shuttle tijdens een rally beurtelings door één van de spelers van de serverende partij en één van de spelers van de ontvangende partij geslagen vanaf elke willekeurige positie aan de eigen zijde van het net totdat de shuttle niet langer in spel is.

 

3. Scoren en serveren

Als de serverende partij een rally wint, scoort de serverende partij een punt. De

serveerder serveert dan opnieuw vanuit het andere serveervak.

Als de ontvangende partij een rally wint, scoort de ontvangende partij een punt. De ontvangende partij wordt dan de serverende partij.

 

 

 

 

 

 

 

Opstellingsvergissingen

 

Een speler maakt een opstellingsvergissing als hij:

1. voor zijn beurt heeft geserveerd of ontvangen;

2. vanuit het verkeerde serveervak heeft geserveerd of in het verkeerde
serveervak heeft ontvangen;

Wanneer een opstellingsvergissing wordt ontdekt moet deze worden gecorrigeerd waarbij de bereikte stand gehandhaafd blijft.

 

Fouten

 

Het is een fout als bij het serveren de shuttle:

1. op het net terechtkomt en daarop blijft steken;

2. na over het net te zijn gegaan daarin blijft steken;

3. wordt teruggeslagen door de partner van de ontvanger;

 

Het is fout als tijdens het spel de shuttle:

1. buiten de lijnen van de baan valt (d.w.z. niet op of binnen de lijnen);

2. door het net gaat of onder het net doorgaat;

3. niet over het net gaat;

4. het plafond of de muren raakt;

5. het lichaam of de kleding van een speler raakt;

6. iets of iemand anders raakt buiten de baan;

7. wordt opgevangen en vastgehouden op het racket en daarna bij het
uitvoeren van de slag wordt teruggeslingerd;

8. twee maal achtereenvolgens door dezelfde speler wordt geraakt; het is
echter geen fout wanneer de shuttle in één slag zowel met het blad als met
de bespanning wordt geraakt;

9. achtereenvolgens door een speler en diens partner wordt geslagen;

10.het racket van een speler raakt en zijn vlucht niet vervolgt in de richting
van de speelhelft van de tegenstander;

 

Het is fout als tijdens het spel een speler:

1. het net of de netsteunen raakt met zijn lichaam, kleding of racket;

2. boven het net met racket of lichaam binnen de speelhelft van zijn
tegenstander komt, behalve dat een speler na de shuttle op eigen speelhelft
te hebben geraakt, deze in de uitvoering van zijn slag met zijn

racket over het net mag volgen;

3. onder het net met racket of lichaam op zodanige wijze binnen de speelhelft
van zijn tegenstander komt, dat deze wordt gehinderd of afgeleid;

4. ten opzichte van zijn tegenstander obstructie pleegt, d.w.z. zijn tegenstander
verhindert een goede slag te maken waarbij deze de shuttle over het net
volgt;

5. zijn tegenstander opzettelijk afleidt bijvoorbeeld door roepen of het maken
van gebaren;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Let

 

Het is een let wanneer:

1. de serveerder serveert voordat de ontvanger klaar is, geldt alleen indien de
ontvanger niet terug slaat;

2. bij het serveren de serveerder en de ontvanger beiden worden bestraft;

3. nadat de service is teruggeslagen de shuttle:

1. op het net terecht komt en daarop blijft steken, of

2. na over het net te zijn gegaan daarin blijft steken;

4. tijdens het spel de shuttle uiteenvalt en de dop geheel losraakt van de rest
van de shuttle;

5. zich een onvoorziene of toevallige gebeurtenis voordoet.

 

In geval van een let wordt het spel vanaf de laatste service geneutraliseerd en moet de speler die het laatst serveerde opnieuw serveren.

 

Shuttle niet in spel

 

Een shuttle is niet in spel als:

1. de shuttle het net of een paal raakt en vervolgens aan de zijde van de partij
die de shuttle het laatst heeft geslagen naar beneden valt;

2. de shuttle de vloer van de baan raakt;

3. een fout wordt gemaakt of een let is gegeven.

 

 

Pauzes

 

De volgende pauzes zijn toegestaan in alle partijen:

1. een pauze van maximaal 60 seconden tijdens de game zodra één van de
partijen 11 punten heeft gescoord;

2. een pauze van maximaal 120 seconden tussen de eerste en de tweede game
en tussen de tweede en derde game.

 

Coachen/verlaten van de baan

 

1. Een speler mag tijdens een partij alleen aanwijzingen ontvangen wanneer de
shuttle niet in spel is.

2. Een speler mag tijdens een partij de baan niet verlaten zonder toestemming
van de scheidsrechter/medespelers,

3. Het is een speler niet toegestaan opzettelijk een vertraging of onderbreking in
het spel te veroorzaken.

Laatst aangepast (donderdag 21 januari 2010 01:16)